Wat is Mcas?

Mestcelactivatiesyndroom (MCAS) is een aandoening waarbij mestcellen overmatig of ongepast chemische stoffen (mediatoren) afgeven. Hierdoor ontstaan klachten in minstens twee verschillende orgaansystemen, en in ernstige gevallen kan systemische anafylaxie optreden.

De belangrijkste stof die verantwoordelijk wordt geacht voor zowel acute als chronische klachten bij MCAS is histamine.

MCAS kan worden onderverdeeld in drie vormen:

  1. Primair MCAS – veroorzaakt door een afwijking van de mestcellen zelf.
  2. Secundair MCAS – als gevolg van bijvoorbeeld allergieën, ontstekingen, PAIS(darminfecties, Long Covid), lymfoproliferatieve aandoeningen en/of chemotherapie…
  3. Idiopathisch MCAS – waarbij geen duidelijke oorzaak kan worden vastgesteld.

Wat zijn mestcellen?

Mestcellen (ook wel mastcellen genoemd) zijn een essentieel onderdeel van ons immuunsysteem. Je kunt ze het beste zien als de waakhonden of 'beveiligers' van je lichaam.

Ze zitten overal waar je lichaam in contact staat met de buitenwereld, zoals in je huid, je longen, en je maag-darmstelsel.

Hier is in eenvoudige stappen hoe ze werken en wat ze doen:

1. Volgeladen met 'alarmstoffen'

Mestcellen zitten vanbinnen bomvol met actieve chemische stoffen. Dit worden mediatoren genoemd. De bekendste en belangrijkste hiervan is histamine, maar ze bevatten ook honderden andere stoffen zoals tryptase en prostaglandines.

2. Het alarmsysteem 

Als je lichaam in gevaar dreigt te komen, slaan de mestcellen alarm. Dit gebeurt wanneer ze in contact komen met een indringer. Dat kan van alles zijn:

  • Een bacterie, virus, parasiet...

  • Een allergeen (zoals pollen, huisstofmijt of wespengif)

  • Fysieke prikkels (zoals extreme kou, hitte, wrijving of stress)

Zodra de mestcel getriggerd wordt, openen de blaasjes in de cel zich en schieten ze al die chemische stoffen in één keer naar buiten. Dit proces heet degranulatie.

3. Wat doen die stoffen in je lichaam?

De stoffen die vrijkomen (zoals histamine) zetten direct een reactie in gang om de 'indringer' te verjagen. Ze zorgen ervoor dat:

  • Bloedvaten verwijden (zodat er snel meer immuuncellen naar de plek toe kunnen).

  • Er zwelling, roodheid of jeuk ontstaat.

  • Slijmvliezen extra slijm gaan aanmaken (om de indringer uit te spoelen, zoals bij een loopneus).

  • Spieren in de luchtwegen samentrekken (hoesten om iets buiten te sluiten).

In een gezonde situatie is dit een heel nuttige ontstekingsreactie die je helpt te genezen (bijvoorbeeld na een insectenbeet).

Als mestcellen té enthousiast worden (MCAS)

Bij een gezond persoon reageren mestcellen alleen als het écht nodig is. Maar bij aandoeningen zoals MCAS zijn deze cellen overgevoelig en 'instabiel'.

Ze reageren dan heftig op onschuldige prikkels (zoals bepaalde voeding, geuren, temperatuurwisselingen of stress) en blijven continu alarmstoffen afvuren. Omdat mestcellen door het hele lichaam zitten, kan dit leiden tot een wildgroei aan klachten: van darmproblemen en huiduitslag tot vermoeidheid, hersenmist (brain fog) en ademhalingsproblemen.

Wanneer beginnen de klachten?

De klachten beginnen meestal in de kindertijd of adolescentie of Na lichamelijke stress (zoals een ongeval, operatie of letsel, PAIS=Post Acute Infectie Syndroom) of psychologische stress (zoals een scheiding, overlijden, geweld of langdurige pesterijen), maar veel mensen beseffen pas op volwassen leeftijd dat er iets niet klopt.

Een ander veelvoorkomend patroon is dat iemand pas op volwassen leeftijd medische hulp zoekt vanwege nieuwe klachten. Tijdens het gesprek blijkt dan dat er al jarenlang symptomen aanwezig waren.

 

Wisselend klachtenpatroon

MCAS staat bekend om zijn zeer wisselende klachten. De symptomen kunnen zich als een "kameleon" gedragen.

Bij dezelfde persoon kunnen op verschillende momenten bijvoorbeeld voorkomen:

  • verstopping én diarree;
  • hoge én lage bloeddruk;
  • verhoogde bloedstolling én juist een verhoogde bloedingsneiging.

Routineonderzoeken laten vaak geen afwijkingen zien. Ook allergietesten zijn regelmatig normaal of verklaren de klachten onvoldoende.

Omdat mestcellen zeer veel verschillende stoffen afgeven die vrijwel elk orgaansysteem kunnen beïnvloeden, herkennen patiënten vaak niet dat al hun klachten mogelijk met elkaar samenhangen.

Daardoor bezoeken veel patiënten verschillende specialisten, ondergaan zij talrijke onderzoeken die meestal normaal zijn en duurt het soms jarenlang voordat de juiste diagnose wordt overwogen.

Wanneer geen lichamelijke verklaring wordt gevonden, krijgen patiënten soms te horen dat hun klachten psychisch zijn. Hoewel stress inderdaad mestcellen kan activeren en klachten kan verergeren, is dit meestal niet de oorzaak.

Relatie met allergieën

Veel patiënten met MCAS hebben ook een type I-allergie of een atopische aanleg.

Omdat mestcellen een centrale rol spelen bij allergische reacties, kunnen zij worden geactiveerd door onder andere:

  • huisstofmijt;
  • pollen;
  • voedingsmiddelen;
  • nikkel;
  • type I-allergieën;
  • type IV-allergieën.
Type Mechanisme Voorbeelden
Type I Onmiddellijke (IgE-gemedieerde) overgevoeligheid Allergenen binden aan IgE op mestcellen en basofielen, waardoor histamine en andere mediatoren vrijkomen. Reactie treedt op binnen minuten. Hooikoorts, allergisch astma, voedselallergie, anafylaxie, insectengifallergie, acute urticaria.
Type II Immuuncomplex-gemedieerde overgevoeligheid IgG- of IgM-antistoffen richten zich tegen antigenen op lichaamscellen, waardoor deze worden beschadigd via complement of immuuncellen. Auto-immuun hemolytische anemie, transfusiereacties, ziekte van Goodpasture, pemphigus vulgaris.
Type III Immuuncomplex-gemedieerde overgevoeligheid Antigeen-antistofcomplexen slaan neer in weefsels en veroorzaken ontsteking via complementactivatie. Serumziekte, Arthus-reactie, systemische lupus erythematodes (SLE), sommige vormen van vasculitis.
Type IV Vertraagde (T-cel-gemedieerde) overgevoeligheid T-lymfocyten veroorzaken een ontstekingsreactie. Reactie ontstaat meestal na 24–72 uur. Contactallergie (bijv. nikkel), allergisch contacteczeem, tuberculinehuidtest, sommige geneesmiddelenreacties.

Tijdens het pollenseizoen kunnen naast hooikoortsklachten ook andere symptomen vaker optreden, zoals:

  • maag- en darmklachten;
  • gewrichtspijn;
  • migraine.

Mestcelmediatoren

Naast histamine geven geactiveerde mestcellen tal van andere mediatoren (chemische stoffen) af die eveneens een belangrijke bijdrage leveren aan de klachten en symptomen van mestcelactivatiesyndroom (MCAS). Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste mediatoren en hun mogelijke effecten.

Tryptase

Tryptase is een van de belangrijkste enzymen die door mestcellen wordt vrijgegeven.

Het kan:

  • de nauwe verbindingen (tight junctions) tussen darmcellen openen, waardoor de darmdoorlaatbaarheid ("lekkende darm") toeneemt;
  • zelfs bij mensen die regelmatig sporten en gezond eten leiden tot een daling van het HDL-cholesterol en een stijging van het LDL-cholesterol;
  • buikpijn veroorzaken;
  • diffuse spier- en lichaamspijn geven;
  • ontstekingsreacties versterken;
  • kraakbeenschade veroorzaken.

Bij patiënten met een coronavirusinfectie of Long COVID worden verhoogde tryptasespiegels gevonden, vooral bij patiënten met hersenmist (brain fog) en longfibrose.

De tryptasespiegel stijgt ook:

  • wanneer het aantal mestcellen is toegenomen;
  • na steken van Hymenoptera (bijen, wespen en hoornaars).

Uit dieronderzoek blijkt dat toediening van uitsluitend tryptase kan leiden tot:

  • verhoogde histaminewaarden;
  • verhoogde vaatdoorlaatbaarheid;
  • vernauwing van de luchtwegen.

Daarnaast wordt vermoed dat tryptase een rol speelt bij het ontstaan van auto-immuunziekten en atopische aandoeningen. Ook zou het kunnen bijdragen aan een lage bloeddruk na lichamelijke inspanning.

Prostaglandine D2 en andere prostaglandinen

Deze stoffen kunnen veroorzaken:

  • samentrekking van glad spierweefsel;
  • vernauwing van de luchtwegen met kortademigheid;
  • verhoogde vaatdoorlaatbaarheid;
  • lage bloeddruk;
  • jeuk;
  • galbulten (urticaria);
  • loopneus;
  • pijn;
  • aderverkalking;
  • hersenmist.

Tegelijkertijd beschermen prostaglandinen ook het slijmvlies van het maag-darmkanaal.

 

Cytokinen en chemokinen

Via hun invloed op het immuunsysteem en de hypothalamus-hypofyse-bijnieras (HPA-as) kunnen deze stoffen bijdragen aan:

  • slapeloosheid;
  • stemmingsstoornissen.

Leukotriënen

Leukotriënen kunnen leiden tot:

  • vernauwing van bloedvaten;
  • verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen;
  • astma;
  • kortademigheid;
  • verhoogde vaatdoorlaatbaarheid;
  • verhoogde slijmproductie.

Heparine

Heparine uit mestcellen kan bijdragen aan:

  • oedeem (vochtophoping);
  • anafylaxie;
  • verhoogde bloedingsneiging;
  • osteoporose.

Daarnaast stimuleert heparine de vorming van bradykinine, een stof die:

  • de bloedvaten verwijdt;
  • de vaatdoorlaatbaarheid verhoogt;
  • vernauwing van de kleine luchtwegen veroorzaakt;
  • de slijmproductie stimuleert.

Serotonine

Een verhoogde afgifte van serotonine kan leiden tot:

  • verhoogde bloeddruk;
  • een versnelde hartslag;
  • buikpijn;
  • diarree.

Chromogranine A

Verhoogde spiegels van chromogranine A kunnen samenhangen met:

  • hormonale ontregelingen;
  • klachten van het maag-darmkanaal;
  • symptomen passend bij het prikkelbaredarmsyndroom (PDS/IBS).

CRH (Corticotropin-Releasing Hormone)

CRH verhoogt de cortisolspiegel, waardoor:

  • de stressrespons toeneemt;
  • mestcellen verder worden geactiveerd.

Hierdoor kan een vicieuze cirkel ontstaan waarin stress de mestcelactivatie versterkt, wat op zijn beurt opnieuw meer stressreacties veroorzaakt.

Interleukinen

Interleukinen kunnen bijdragen aan

  • vermoeidheid;
  • gewichtsverlies;
  • vergroting van de lymfeklieren.

TNF-alfa

Tumornecrosefactor-alfa (TNF-α) kan veroorzaken:

  • vermoeidheid;
  • koorts;
  • hoofdpijn;
  • diffuse spier- en lichaamspijn.

Interleukine-31

Interleukine-31 staat vooral bekend als een belangrijke veroorzaker van:

  • hevige jeuk.

Mitochondriaal DNA

Vrijgekomen mitochondriaal DNA kan:

  • allergische reacties versterken;
  • auto-immuunreacties verergeren;
  • neurotoxische effecten veroorzaken.

Bij kinderen met een autismespectrumstoornis worden verhoogde spiegels van mitochondriaal DNA beschreven.

Interleukine-33

Interleukine-33 versterkt:

  • allergische reacties;
  • luchtwegklachten.

Glyfosaat kan dit effect versterken.

Een verhoogde IL-33-spiegel verhoogt bovendien de concentraties van substantie P en TNF-α, waardoor ontstekingsreacties nog heviger worden.

PAF (Platelet Activating Factor)

PAF kan bijdragen aan:

  • een verhoogde neiging tot bloedstolling;
  • verhoogde vaatdoorlaatbaarheid;
  • buikpijn.

Mestcellen, zenuwen en stress

Mestcellen bevinden zich vaak dicht bij zenuwcellen en bezitten receptoren voor stresshormonen, zoals CRH.

Hierdoor kan activatie van mestcellen leiden tot:

  • pijn;
  • neurogene ontsteking.

Omdat mestcellen ook nauw samenwerken met het autonome zenuwstelsel, kunnen alle omstandigheden die de sympathische ("vecht-of-vlucht") activiteit verhogen eveneens mestceldegranulatie stimuleren. Dit leidt tot:

  • verhoogde histamineafgifte;
  • meer ontstekingsactiviteit.

Factoren die sympathische activiteit verhogen en daardoor mestcelactivatie kunnen bevorderen zijn onder andere:

  • chronische ontstekingen;
  • een belastende of traumatische jeugd;
  • insulineresistentie;
  • overmatig koffiegebruik;
  • roken.