Criteria voor de Vaststelling van MCAS in België
De diagnose MCAS mag worden gesteld wanneer aan alle drie de volgende criteria wordt voldaan in België:
1. Typische symptomen van mestcelactivatie
Er is sprake van chronische, terugkerende symptomen die meerdere orgaansystemen tegelijk treffen (zoals de huid, het maag-darmstelsel, de luchtwegen en het hart-vaatstelsel). Deze symptomen treden vaak op in episodes (aanvallen of 'flares') en worden veroorzaakt door het plotseling vrijkomen van mestcelmediatoren.
2. Laboratoriumbewijs van verhoogde mestcelmediatoren (Tryptase)
Er moet objectief worden aangetoond dat de mestcellen tijdens een aanval actief zijn. Dit gebeurt door het meten van het tryptasegehalte in het bloed. Omdat de basiswaarde van tryptase per persoon verschilt, wordt er gekeken naar een significante stijging kort na een aanval ten opzichte van de persoonlijke basiswaarde (wanneer je klachtenvrij bent).
Hiervoor wordt de internationaal erkende consensusformule gebruikt:
Minimale tryptasewaarde na aanval = (1,2 X Basaltryptase)+ 2 ng/ml
Voorbeeld: Als jouw normale basistryptasewaarde 5ng/ml is, dan moet de waarde gemeten binnen 1 tot 2 uur na een aanval minimaal (1,2 x 5) + 2 = 8 ng/ml zijn om als positief medisch bewijs te gelden.
3. Klinische respons op mestcelgerichte medicatie
Er is een duidelijke, merkbare afname van de symptomen wanneer de patiënt start met medicijnen die de werking van mestcellen of hun mediatoren blokkeren. Dit omvat:
-
Antihistaminica (H1- en H2-receptorantagonisten)
-
Mestcelstabilisatoren (zoals natriumcromoglicaat)
-
Leukotriënenantagonisten
- Biological (Xolair)
Hoewel deze drie medische criteria de officiële leidraad vormen voor artsen, weten wij als MCAS Netwerk dat de werkelijkheid voor patiënten vaak complexer is.
Mogelijke bijkomende onderzoeken:
Diagnostiek via Bloedonderzoek:
- prostaglandine D2;
- Plasma Heparine
- Chromogranine A
Belangrijk: bij patiënten die protonpompremmers (PPI's) of H2-receptorblokkers gebruiken, kan chromogranine A vals verhoogd zijn.
Diagnostiek via urineonderzoek:
- prostaglandine D2;
- N-methylhistamine;
- Leukotrieen
- Cateholaminen
- dopamine;
- adrenaline.
De urinemonsters moeten echter tijdens het volledige transport en de verwerking gekoeld blijven (koudeketen). Ook dient de urine gekoeld te worden gecentrifugeerd.
Wanneer dit niet gebeurt, kunnen de betreffende stoffen afbreken, waardoor de uitslagen onterecht normaal lijken.
MAAR bloed- en urineonderzoeken kunnen ondanks duidelijke klachten volledig normaal zijn.
Andere ondersteunende onderzoeken
Een verhoogde concentratie van:
- IL-6;
- IL-31;
kan de diagnose ondersteunen.
Mogelijke fout-negatieve uitslagen
De laboratoriumuitslagen kunnen vals-negatief zijn wanneer de patiënt vooraf gebruikt heeft:
- antihistaminica;
- DAO-supplementen;
- aspirine;
- NSAID's.
Deze middelen moeten minimaal vijf dagen vóór bloed- en urineonderzoek worden gestopt.
Mogelijke fout-positieve uitslagen
De uitslagen kunnen vals verhoogd zijn bij:
- een verhoogde reumafactor (kan tryptase verhogen);
- gebruik van niacine (vitamine B3), wat de prostaglandinespiegel kan verhogen.
Angio-oedeem
Bij patiënten met angio-oedeem dient altijd erfelijk angio-oedeem te worden uitgesloten.
Hiervoor worden onderzocht:
- C4;
- C1-esteraseremmer (hoeveelheid én functie).